- -  NL  -  FR   -   kleiner lettertype   klein lettertype   groter lettertype   grootste lettertype
Home | Contact     -      - .be -
-


Website Duurzame Ontwikkeling

Print

Een beleidsmoment creƫren in het teken van het milieu en de duurzame ontwikkeling


Een interview met Minister Magnette over duurzame ontwikkeling

In de Regering-Verhofstadt III is de Minister van Klimaat en Energie, Paul Magnette, bevoegd voor de POD Duurzame Ontwikkeling.

Deze doctor in de politieke wetenschappen is specialist in de Europese constructie en het Europese burgerschap. Hij kreeg voor zijn werken verschillende prijzen toegekend (de Grote Europese Prijs Emile-Berheim, de Francqui-prijs en de driejaarlijkse Jean Rey-prijs). Hij is bevoegd voor Klimaat, Energie, Duurzame Ontwikkeling, Milieu en Consumentenzaken.

Tijdens een interview aan de POD DO geeft hij toelichting over zijn visie op duurzame ontwikkeling, zijn projecten en zijn prioriteiten. Hieronder vallen de « Lente van het Milieu », een evenement dat hij beschouwt als een “beleidsmoment in het teken van het milieu en de duurzame ontwikkeling”, de nationale strategie inzake duurzame ontwikkeling en een versterkte samenwerking met de deelstaten.

De POD DO : wat is uw visie op duurzame ontwikkeling ?

Minister Paul Magnette : Ik vind het een zeer interessant concept, want het is allesomvattend en houdt rekening met de klassieke milieuvraagstukken, de sociale cohesie en vooral met de verbanden en de wisselwerking tussen deze elementen.

Het biedt een globale visie en maakt het mogelijk langetermijneffecten van politieke keuzes binnen een vrij kort tijdsbestek, dat van een legislatuur, in een zeer lang tijdsperspectief te plaatsen, tot in 2050 bijvoorbeeld.

U overstijgt dus de klassieke definitie van een evenwicht tussen de 3 pijlers en u voegt er begrippen zoals langetermijnvisie, toekomstige generaties en een wereldwijde dimensie aan toe ?

Wat restrictief is – en wat tot misverstanden kan leiden in de idee van de complementariteit van de 3 pijlers (milieu, economie en het sociale) – is dat we steeds in een soort van trade-off handelen : een milieuvriendelijke maatregel nemen die minder positief is voor de economie, of een sociale actie voeren die schadelijk is voor het milieu.

Duurzame ontwikkeling mogen we niet opvatten als een compromis tussen de 3 pijlers, maar wel als een geïntegreerd geheel. Maatregelen voor de vermindering van energieverbruik kunnen, bijvoorbeeld, een positieve impact op het milieu hebben, economische groei teweegbrengen en tegelijk ook sociaal zijn. Ze maken het immers mogelijk om de energiekosten die zwaar in het budget van de minst bemiddelde gezinnen doorwegen, te drukken.

Een politieke keuze die de duurzame ontwikkeling respecteert, impliceert dus niet dat we een van de 3 pijlers bevoordelen tegenover de 2 andere. Ze kan wel de 3 dimensies - de economie, de samenleving en het milieu - tegelijk in acht nemen binnen een langetermijnperspectief en met een wereldwijde dimensie.


Het is echt interessant de grenzen van tijd en ruimte te overschrijden: wat we hier bij ons doen, kan gunstig zijn voor ons maar niet voor het zuiden, en omgekeerd.

Werken vanuit een oogpunt van duurzame ontwikkeling betekent dat we voortdurend de reflex hebben alle beleidskeuzes te toetsen aan de 3 dimensies, maar ook aan tijd en ruimte.

En dit voorafgaand aan de politieke beslissingen ?

De bedoeling van advies- en reflectieorganen, zoals die ingeschreven in de wet van 1997 inzake het federale beleid van duurzame ontwikkeling, bestaat er precies in de politieke besluitvorming voorafgaand te voeden. We moeten ervoor zorgen dat we niet enkel oog hebben voor de budgettaire kosten of de electorale impact van de maatregel maar ook voor het langetermijneffect.

Wat zijn uw projecten voor duurzame ontwikkeling tijdens uw mandaat van 3 maanden ?

Ik heb nooit gedacht in een periode van 3 maanden.

We moeten wel dringende maatregelen nemen : maatregelen voor de beheersing van de energieprijzen, het stookoliefonds en maatregelen zoals het « Kankerplan » dat men er al lang absoluut wil doorkrijgen. Voor het overige zou het paradoxaal zijn om in drie maanden tijd aan duurzame ontwikkeling te willen doen. Van bij de aanvang ben ik uitgegaan van het tijdsperspectief van een legislatuur. Indien nodig, als ik er niet meer ben, kan ik de voorbereide dossiers doorgeven aan mijn opvolger. Die kan er dan verder op bouwen.

Om die reden heb ik de idee van een « Lente van het milieu » gelanceerd. Het betreft een restrictiever begrip dan dat van duurzame ontwikkeling. Het is immers toegespitst op het milieu. Het gaat erom na te gaan wat de economische en sociale effecten zijn van de te nemen milieumaatregelen, want duurzame ontwikkeling zou moeten opgenomen worden in het geheel van deze beleidsdomeinen.

De moeilijkheid voor de minister bevoegd voor duurzame ontwikkeling is dat hij uiteindelijk over vrij weinig hefbomen beschikt. Hij moet zijn collega’s in de de federale regering een de deelstaatregeringen immers overtuigen om duurzame maatregelen te nemen. Hij vervult dus vooral een functie van coördinatie en sensibilisatie. Een functie die vrij ingewikkeld is.

Om een beleidsmoment rond milieu en duurzame ontwikkeling te creëren wil ik de « Lente van het milieu » organiseren . Ik hoop zo de andere beleidsniveaus en de andere federale overheidsdiensten mee in beweging te krijgen. Dat moet het mogelijk maken om een echte strategie voor duurzame ontwikkeling tot stand te brengen.

Een federaal plan inzake duurzame ontwikkeling is goed, maar als de andere federale overheidsdiensten in samenspraak met de gewesten niet volgen, hebben we nog altijd maar één puzzelstukje. Indien we over een echte nationale strategie beschikken, kunnen we alle actoren bij het gebeuren betrekken en kunnen echte verbintenissen ontstaan.

Uw prioriteiten zijn dus de « Lente van het milieu » en de voortzetting van de inspanningen betreffende de nationale strategie voor duurzame ontwikkeling ?

Ik wil de raadpleging over het voorontwerp van federaal plan inzake duurzame ontwikkeling 2009-2012 opnemen in deze Lente. Ze is immers nodig en wettelijk verplicht. Het is dus niet mijn bedoeling om deze raadpleging onderuit te halen, Ze zou sowieso over alle maatregelen van het plan plaatsvinden. Ik wil echter de methode ervan wijzigen - methodologie is belangrijk – en de raadpleging echt resultaat laten op leveren.

De eerste opmerking die iedere duurzame-ontwikkelaar mij heeft gemaakt, is dat men plannen en rapporten goedkeurt, maar dat de uitvoering niet altijd volgt. We zitten aan het derde plan en de uitvoering van het eerste is nog steeds niet volledig voltooid.

De raadpleging over het derde voorontwerpplan zal plaatsvinden in een ruimer kader om er ons van te vergewissen dat de andere overheidsdiensten en andere beleidsniveaus er echt bij worden betrokken. De aangegane verbintenissen zullen dus definitief zijn en in een politieke timing worden vertaald.

Door de raadpleging over het voorontwerpplan te integreren in een algemener proces waarbij ook de deelstaten zijn betrokken, zal het plan ook meer zichtbaarheid krijgen. De mediabelangstelling zal toenemen en bijgevolg ongetwijfeld de publieke opinie bereiken, zodat de thema’s meer algemeen verspreid geraken.

Een van de opdrachten in het plan is ook sensibiliseren. Ik geloof sterk in sensibiliseren. Zo stel ik, bijvoorbeeld via de schoolcursussen van mijn kinderen, vast dat sensibilisatie het meest doeltreffende middel is. In aanwezigheid van de kinderen is het niet meer mogelijk een lamp nutteloos te laten branden. Kinderen zijn zeer scherpzinnig, zij worden geraakt door dit probleem. Ze hebben een zeer praktische ingesteldheid en begrijpen de gevolgen van hun handelingen zeer goed.

Het zou goed zijn dat we de sensibilisatie kunnen versterken dankzij een grotere media-aandacht. Al wie verantwoordelijk is voor de uitvoering en de opvolging van de maatregelen in het plan, moet betrokken worden bij het raadplegingsproces. Daartoe behoren ook de andere federale overheidsdiensten die in het verleden niet altijd van goede wil getuigden en dus niet enkel de sociale partners en de NGO’s, zoals in het verleden het geval was. Dit kan het proces meer kracht geven.

Dus een mobiliserend evenement organiseren ?

Een mobiliserend evenement creëren en een link leggen met sterkere, formele, politieke verbintenissen en doelstellingen, een timing, evaluatie, indicatoren enz.

Wat zijn de kansen en de risico’s van een ministerportefeuille die energie, klimaatsverandering, milieu, consumentenbeleid en duurzame ontwikkeling samenbrengt ?

Ik heb veel geluk dat ik insta voor duurzame ontwikkeling en directe bevoegdheden heb die absoluut noodzakelijk zijn om echt aan duurzame ontwikkeling te werken.

Klimaat en duurzame ontwikkeling overlappen elkaar deels, en klimaat is vandaag een belangrijk thema. Als we de strijd niet aanbinden tegen de klimaatswijziging, zullen we onze mogelijkheden van economische groei uitputten, en natuurrampen en menselijke catastrofes (migraties, oorlogen, strijd om hulpbronnen) doen ontstaan.

Het klimaat is het thema dat de zaken concreet maakt, en dat de publieke opinie het sterkst aanspreekt binnen duurzame ontwikkeling. Het publiek werd gesensibiliseerd door de film van Al Gore en door de Nobelprijs die hij heeft ontvangen. Het is dus een manier waarmee we onze medeburgers kunnen aanzetten om na te denken over duurzame ontwikkeling vertrekkend van een opvallende en zichtbare inzet.

Het voordeel om energie en consumentenbescherming als bevoegdheden te hebben is dat het gaat om 2 belangrijke hefbomen voor duurzame ontwikkeling. Het energieverbruik veroorzaakt 80 % van de CO2-uitstoot en draagt bij tot de klimaatswijziging. Energie heeft te maken met een probleem van productiemethoden, levenswijzen en vervoersmiddelen.

Consumentenbescherming betekent ook voorlichting over consumptie, het engagement tegen een vorm van consumentenontsporing en van niet-duurzame consumptie. Plannen van duurzame consumptie kunnen de gelegenheid bieden om duurzame producten te promoten, om beter te consumeren, om betere producten te hebben en een logica van duurzame consumptie te volgen.

Met energie en consumentenbescherming beschik ik over twee directe bevoegdheden die nuttige hefbomen verschaffen om een echt beleid van duurzame ontwikkeling te voeren. Dit in tegenstelling tot sommigen van mijn voorgangers die niet hetzelfde geluk hadden als ik. Zij bezaten de titel, de POD en de enorme verantwoordelijkheid om te proberen de acties van de andere departementen te coördineren zonder er rechtstreeks voor bevoegd te zijn. Zelfs als de anderen mij nu niet volgen, kan ik toch bepaalde zaken verwezenlijken.

Via de bevoegdheid duurzame ontwikkeling en aan de hand van alle instrumenten van de wet van 1997 zal ik trachten te bereiken dat de hele Regering mij volgt. Ik heb trouwens al maatregelen getroffen : 

  • De rondzendbrief over de kabinetsvoertuigen verstrengen en de kabinetsleden aanmoedigen om hun voertuigen te vervangen door minder vervuilende voertuigen. 
  • De « duurzaamheidstest » (« Duurzaamheidstest » of duurzame-ontwikkelingseffectbeoordeling - DOEB). die nog niet echt wordt toegepast, te versterken.

Uiteraard zouden we ook huisvesting, mobiliteit en fiscaliteit moeten hebben. Het is echter eigen aan een benadering zoals duurzame ontwikkeling dat ze alle departementen aanbelangt. We kunnen geen minister voor duurzame ontwikkeling hebben die alle hefbomen in handen heeft. Of men zou duurzame ontwikkeling aan de Eerste Minister moeten toevertrouwen.

Heeft u een persoonlijke anekdote die uw visie op duurzame ontwikkeling vorm heeft gegeven ?

Ik ben opgegroeid in de volkswijken van Charleroi, op een steenworp van de staalfabriek van Charleroi. Mijn wijk was het tegenovergestelde van duurzame ontwikkeling : tegelijkertijd verschrikkelijk vervuild, verpauperd, aan haar lot overgelaten door de overheid, met problemen van scholing, integratie, mobiliteit enz.

Ik keer vaak naar die wijk terug, die radicaal aan het veranderen is. Ik voel zeer concreet de vooruitgang die is geboekt sinds het einde van de jaren ’70, dus 30 jaar later.
De meest vervuilende delen van de staalfabrieken zijn gesloten. De industriëlen hebben begrepen dat ze grote inspanningen moesten leveren om aanvaard te worden door de bewoners en om voort te kunnen produceren. Zij hebben enorme filters geplaatst die voor drie vierde de uitstoot van kleine deeltjes verminderen.

Het verenigingsleven heeft met de steun van de overheid het sociale weefsel van deze achtergestelde wijken hersteld. Ik denk, bijvoorbeeld, aan de ‘espace citoyen’ in Marchienne. Daar worden de symbolen van de nijverheid van destijds zoals slakkenbergen omgevormd tot groene zone en levensruimte. Ik denk ook aan de ‘espace du Martinet’ in Roux waar de buurtbewoners met de steun van de vakbonden een heel knap project hebben opgezet. Ze willen de slakkenberg opnieuw bewoonbaar maken, er woningen bouwen en in deze natuurlijke biotoop van niet-benutte slakkenbergen huizen bouwen die zelf energie produceren.

Wat 30 jaar geleden een verschrikkelijk vervuilde industriële kanker en een sociaal achtergestelde regio was, is zich nu aan het ontwikkelen tot precies het tegenovergestelde.
Dit is een prachtig symbool, geen anekdote maar een mooi verhaal !



Terug