- -  NL  -  FR   -   kleiner lettertype   klein lettertype   groter lettertype   grootste lettertype
Home | Contact     -      - .be -
-


Website Duurzame Ontwikkeling

Print

Een globale visie op de problematiek


Het vierde Rapport heeft als ondertitel « de transitie naar een duurzame ontwikkeling versnellen ». Binnen deze transitie onderscheidt het Rapport duidelijk drie fasen; de Take-Off, de Versnelling en een Stabilisering. 20 jaar na Brundtland en meer dan 30 jaar na « Limits to growth » ziet de Task Force ons nog steeds in deze Take-Off fase, maar u acht de tijd wel rijp voor de versnelling.
 
-Wat zijn volgens u de redenen van deze trage start van een duurzame ontwikkeling?
 
Het Meadows rapport « Limits to growth » werd gepubliceerd in 1972 in het Frans in een zeer volledig werk getiteld « Halt aan de groei?», mét vraagteken, vergezeld van een politiek programma met als titel « Change or disappear ». Daarna is er nog tien jaar nodig geweest om in 1982 de uitvoering van het Brundtland Rapport op gang te brengen, gepubliceerd in 1987, en dan nog 5 jaar om in de politieke fase van een duurzame ontwikkeling te belanden in Rio…
Dit waren de jaren van mijn professioneel leven vermits ik mijn onderzoek over energiesystemen en econometrische modellen startte in het jaar ’70.
Waarom duurde het 30 jaar voor er werk gemaakt werd van een reactie op een dergelijke uitdaging? Zonder allerlei behoudende invloeden te vermelden, die, per definitie, allergisch zijn aan verandering, zijn er twee soorten fouten begaan bij de vertaling van de uitdaging waarvoor we staan. Beiden hebben het in vraag stellen van de consumptiemaatschappij en het ‘productivisme’ afgeremd:
-         Eerste vergissing: sommigen besloten dat een « nulgroei », zelfs een negatieve groei, datgene was waarop we moesten mikken, in plaats van te werken aan de inhoud van de groei en aan haar banden met ontwikkeling.
-         Tweede vergissing: anderen hebben geprobeerd het project te herleiden tot een materialistisch concept, zoals de industriële revolutie, in grote mate afhankelijk van de technologie, en zonder in de diepte te werken aan de productie- en consumptiepatronen.
       
- Wat staat er dan nu toe om te hopen dat de samenleving deze acceleratiefase betreedt?
 
Het was een gesprek voor dovemansoren tussen hen die de groei een halt wilden toeroepen en zij die geloofden dat de technologische vooruitgang alles zou oplossen door de groei te « boosten ». Het besef van de dringendheid van globale kwesties (die heel de maatschappij aangaan) zoals de klimaatsverandering of de vergrijzing, heeft dit een halt toegeroepen:
-         de “anti-groei” types worden gedwongen tot interesse in de financieringsmethoden van de solidariteitsmechanismen, voornamelijk via overheidsfinanciering.
-         En de « technofreaks » moeten zich interesseren in de gedragsverandering van consumptie en productie gezien de omvang en de dringendheid van de problemen verbonden aan de groei.
 
Maar er rest nog werk om het globale karakter te begrijpen van de denkwijze van de Club van Rome die berustte op alle pijlers van ontwikkeling. Zo schreef haar uitvoerend comité in 1972 : « … de werkelijke betekenis van dit project zit hem in het globale karakter, want het is enkel dankzij een globale visie op de problemen dat het mogelijk is om elk van deze elementen te begrijpen, en men kan geen sluitende synthese bekomen door te vertrekken van geïsoleerde elementen.”
 
- Wat is het verband tussen deze acceleratiefase van een duurzame ontwikkeling en het vermogen om de totaliteit van de problemen te bevatten?
 
De noodzakelijke veranderingen verbinden heel onze samenleving. Dus net zo zeer een evolutie in de gedragingen als de vooruitgang van de industrie en de technologie. Ons rapport brengt globale scenario’s aan, waarbinnen groei en gedragsverandering verenigbaar zijn. Dit om te doen begrijpen dat de trage start moet overgaan in een versnelling dankzij een algemene visie op de uitdagingen.
 
Ons rapport spreekt bijvoorbeeld over het verband tussen voeding en gezondheid omdat onze voedingsbalans even grote gevolgen heeft voor onze gezondheid als voor het leefmilieu. Worden al deze kwesties afzonderlijk behandeld, zonder dat de synergieën naar voor komen, dan worden ze trager opgelost, of lijken ze onoplosbaar.
 
- Welke rol kan de federale overheid spelen binnen deze versnelling ten gunste van een duurzame ontwikkeling?

Deze globale visie op lange termijn, gedragen door een Minister bevoegd voor duurzame ontwikkeling, verschilt van de politieke visie van één legislatuur en de politieke visie op korte termijn. De rol van deze Minister is om de regering te helpen klaarheid te scheppen bij het onderscheid tussen korte en lange termijn. Dergelijke supervisie is voortdurend noodzakelijk opdat de overheid niet één van de drie pijlers van ontwikkeling (sociale, de ecologische of de economische) zou bevoordelen en om deze uitdagingen tot een langetermijnperspectief te doen uitstijgen.
 
Een belangrijke rol is ook weggelegd voor de federale administraties. Een werkelijke samenwerking tussen de verschillende departementen kan de doelstellingen en de middelen om hiertoe te komen concreter te maken, voornamelijk via de ICDO. Want er is relatief weinig interesse voor de verbanden tussen de elementen van een ontwikkeling binnen de politieke akkoorden en het politieke discours.
 
Nochtans is het enkel dankzij een algemene visie op de problemen dat het mogelijk zal zijn dat ieder zijn elementen begrijpt, zoals de Club van Rome ons heeft gezegd, meer dan 30 jaar geleden.

 


Terug