Dit jaar staat de Dag van de Duurzame Ontwikkeling in het teken van duurzame voeding. Goede en gezonde voeding is een basisbehoefte, maar het voedsel dat we vandaag de dag eten legt vaak duizenden kilometers af of wordt geproduceerd in verwarmde serres. Het bord van de gemiddelde Belg bevat bovendien (te) veel vlees. Dat kost energie, vervuilt het water en doet de aarde opwarmen. Wat we eten en hoe het geproduceerd, getransporteerd, verwerkt en bewaard wordt, is goed voor 30 procent van de milieu-impact. Daarmee hoort voeding samen met onder andere het wegverkeer tot de sectoren met de grootste invloed op het milieu. In duurzame voeding gaat de voorkeur uit naar lokale voeding waardoor ook het Zuiden opnieuw voedsel voor de eigen markt kan produceren.
Als we samen kiezen voor duurzame voeding kan de impact op de opwarming van de aarde en op het wereldwijde dreigende watertekort worden beperkt. Producent en consument varen er wel bij dankzij een eerlijke prijs en gezondere voeding. Omschakelen naar duurzame voeding is dan ook een uitdaging en een ontdekkingstocht naar nieuwe smaken en ingrediënten.
Duurzame voeding gaat uit van meer plantaardig voedsel en minder vlees. In de praktijk betekent dat een voorkeur voor veel granen en groenten, die bij voorkeur zo vers mogelijk zijn. Dat impliceert dat ze weinig kilometers hebben afgelegd en van het seizoen zijn. Een duurzame maaltijd bevat overigens meer mineralen, vezels en vitaminen.
Kiezen voor duurzame voeding is dus goed voor het milieu én voor uzelf!